WHOA! Een gerechtelijk dwangakkoord zonder faillissement

Als het aan de Nederlandse wetgever ligt, wordt het spoedig in Nederland mogelijk om zonder een faillissement via een dwangakkoord de schuldpositie van een onderneming te herstructureren. Op dit moment kent het Nederlandse recht geen mogelijkheid voor een rechtens afdwingbaar akkoord. In plaats daarvan wordt in de praktijk vaak gewerkt met informele onderhandse akkoorden die niet afdwingbaar zijn.

Het wetsvoorstel met de naam “Wet Homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement” (kortweg: “WHOA”) is een wijziging op de bestaande faillissementswet. Op 1 december 2017 was de consultatieronde afgerond. De voorgestelde wijzigingen zullen in de komende periode worden verwerkt in het wetsvoorstel. De WHOA is een bijgewerkte versie van het Wetsvoorstel Continuïteit Ondernemingen II waarover in 2014 al een consultatie werd gehouden. Het voorstel is geïnspireerd door het Engelse Scheme of Arrangement en de Amerikaanse Chapter 11 procedure.

Kern van de regeling

De WHOA regelt een onderhands akkoord tussen een onderneming enerzijds en de schuldeisers en aandeelhouders anderzijds over de herstructurering van schulden. De rechtbank kan vervolgens dit akkoord goedkeuren (‘homologeren’). De homologatie zorgt ervoor dat het akkoord voor alle bij het akkoord betrokken personen – schuldeisers en/of aandeelhouders – verbindend wordt. Schuldeisers en/of aandeelhouders die niet met het akkoord hebben ingestemd, kunnen daardoor worden gedwongen mee te werken aan de uitvoering van het akkoord. Met dit dwangakkoord kan een faillissement worden voorkomen.

Een dwangakkoord biedt met name een oplossing voor ondernemingen die op zichzelf rendabele bedrijfsactiviteiten hebben, maar die vanwege een te zware schuldenlast toch insolvent dreigen te raken. Met het voorgestelde dwangakkoord in de WHOA kunnen overigens niet de rechten van werknemers die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten worden gewijzigd. Dat is voor de praktijk van belang, omdat verplichtingen jegens de werknemers aanzienlijk kunnen bijdragen aan een te zware schuldenlast voor de schuldenaar (niet zelden met faillissement tot gevolg).

Belangrijke elementen

  • Dwingend opleggen van een onderhands akkoord aan tegenstemmende schuldeisers en aandeelhouders ter voorkoming van een faillissement.
  • Versterking van het reorganiserend vermogen van een onderneming en voorkomen dat een minderheid van de schuldeisers een herstructurering kan tegenhouden.
  • Een snelle en informele procedure met zo weinig mogelijk bemoeienis van de rechter.
  • Grote flexibiliteit om het herstructureringsplan in te vullen.
  • Het akkoord kan wijzigingen aanbrengen in de (vorderings-)rechten van concurrente, preferente en gesecureerde schuldeisers en in de rechten van aandeelhouders bijvoorbeeld d.m.v. een debt for equity swap.
  • Schuldeisers en aandeelhouders kunnen worden ingedeeld in verschillende klassen, waarbij het mogelijk is om een akkoord aan een klasse aan te bieden.
  • Ook rechten van borgen en medeschuldenaren jegens de schuldenaar en de rechten van schuldeisers jegens deze borgen en medeschuldenaren kunnen in het akkoord worden betrokken. Dit maakt het mogelijk de herstructurering van een groep van ondernemingen in één keer af te wikkelen.

Conclusie

Het wetsvoorstel is goed ontvangen en vormt een welkome aanvulling op de huidige herstructureringspraktijk. Met name voor ondernemingen met een gezonde business case die in de kern winstgevend zijn maar een zware schuldenlast met zich mee torsen is dit een extra herstructureringsinstrument. Op deze manier kan maximaal waardebehoud van ondernemingen worden gerealiseerd.