Prinsjesdag update: de effecten van de noodmaatregelen op de Rijksbegroting en bedrijven

Utrecht, september 2020

‘Eerst water, de rest komt later’. De door de overheid geboden coronasteun heeft een grote parallel met het verlenen van primaire hulp bij (uitslaande) brand. Alles is erop gericht om de nood die op korte termijn ontstond te ledigen. Inmiddels zijn we een aantal steunrondes verder en lijkt er meer richting te komen hoe de financiële problemen bij bedrijven zullen eindigen. In deze analyse van de Miljoenennota 2021 focussen wij ons op de door het Rijk geboden steun en de impact die bedrijven (nog moeten gaan) voelen.

De coronacrisis heeft een enorme impact op de Rijksbegrotingen van 2020 en 2021. In beide jaren wordt een aanzienlijk tekort verwacht, vooral voortkomend uit de getroffen financiële noodmaatregelen. Voor bedrijven & zelfstandigen zal 2021 vooral een moeilijk jaar worden. Daar waar zij in 2020 nog gebruik konden maken van €27,3 miljard aan noodmaatregelen, is dit bedrag in 2021 gedaald tot €6,9 miljard. Voorts moeten uitgestelde belastingen vanaf 2021 ingehaald worden. Naar alle waarschijnlijkheid zal het lage aantal faillissementen in 2020, met een historisch dieptepunt in augustus, daarom niet standhouden in 2021. Bedrijven doen er goed aan zich aan te passen aan de nieuwe situatie en daarbij de noodzakelijke analyses uit te voeren en de beschikbare opties in kaart te brengen

De financiële noodmaatregelen die de Overheid in werking stelde als gevolg van de coronacrisis leiden in 2020 tot een begrotingstekort van €56,31 miljard en zullen ook in 2021 een aanzienlijk effect hebben op de Rijksbegroting. Dit blijkt uit de gisteren vrijgekomen Miljoenennota en bijbehorende stukken.2 De maatregelen hebben – voorlopig – geleid tot een vermindering van het aantal faillissementen en daarmee tot behoud van werkgelegenheid. Het is echter de vraag of bedrijven voldoende kunnen herstellen om de opgebouwde (belasting)schulden in 2021 terug te betalen. Blijkens de Miljoenennota lijkt het Rijk in ieder geval rekening te houden met een stijging in het aantal faillissementen, hetgeen onder meer valt af te leiden uit de verwachting dat de werkloosheid in 2021 sterk zal stijgen.

In deze bijdrage gaan wij allereerst in op de effecten van de noodmaatregelen op de begrotingen van de Overheid voor 2020 en 2021. Vervolgens bezien wij globaal de effecten van de noodmaatregelen op bedrijven en faillissementen. Zelfs zonder een tweede coronagolf en ‘slimme lockdown’ is een stijging in het aantal faillissementen en/of bedrijven in liquiditeitsnood ons inziens helaas zeer aannemelijk.


Effecten van noodmaatregelen op de Rijksbegrotingen van 2020 en 2021

Noodmaatregelen in 2020: €33,9 miljard coronamaatregelen

In de Miljoenennota van 2019 werd voor 2020 een begrotingsoverschot verwacht van €1,9 miljard. Als gevolg van de coronacrisis is deze positieve verwachting omgeslagen in een verwacht begrotingstekort van €56,3 miljard. De Staat loopt €22,5 miljard aan belastinginkomsten mis en heeft €33,9 miljard uitgegeven aan de financiële noodmaatregelen om de impact van het coronavirus op te vangen. Onderstaande grafiek toont het effect van de gemiste belastinginkomsten en de noodmaatregelen op de Rijksbegroting in 2020.


De noodmaatregelen met een totaalbedrag van €33,9 miljard bevatten alle extra overheidsuitgaven die met de coronacrisis samenhangen, waaronder maatregelen voor bedrijven en zelfstandigen (NOW, Tozo, etc.) als ook maatregelen t.b.v. de volksgezondheid, zoals het uitbreiden van de testcapaciteit en de aanschaf van medische hulpmiddelen. In onderstaande grafiek zijn de noodmaatregelen onderverdeeld in maatregelen met een focus op bedrijven & zelfstandigen en ‘overige’ noodmaatregelen, waaronder die t.b.v. de volksgezondheid en consumenten.

            

Het merendeel van de financiële noodmaatregelen bestaat uit maatregelen voor bedrijven & zelfstandigen (€27,3 miljard). Het gaat dan met name om de NOW (€18,6 miljard)3, Tozo (€3,6 miljard), TVL (€1,4 miljard), financiële regeling voor OV-bedrijven (€1,3 miljard) en de Tegemoetkoming schade COVID-19 (TOGS, €0,9 miljard). Bedrijven die van deze noodmaatregelen gebruik hebben gemaakt hoeven dit in principe niet terug te betalen. Dat wordt alleen anders als blijkt dat zij geen recht hadden op gebruikmaking van de regeling. De uitgaven m.b.t. de overige noodmaatregelen ad €6,6 miljard bestaan, naast maatregelen met een relatief kleine omvang, voornamelijk uit de aanschaf van medische hulpmiddelen (€1,7 miljard) en een bonus voor zorgpersoneel (€1,3 miljard).

Naast bovengenoemde maatregelen, waarmee bedrijven en zelfstandigen tegemoet zijn gekomen, heeft de Overheid het mogelijk gemaakt om de betaling van belastingen, zoals BTW en loonheffingen, uit te stellen. 128.000 bedrijven hebben van deze mogelijkheid gebruikgemaakt, hetgeen in 2020 naar verwachting zal leiden tot een totaalbedrag van niet-ontvangen belastinggelden ad €13,1 miljard. Dit heeft geen impact op de Rijksbegroting en het tekort daarin, omdat deze belastingen uiteindelijk alsnog betaald zullen moeten worden. Het heeft met andere woorden geen resultaateffect, maar wel een ‘cash-effect’. Dit zogeheten ‘bijzonder uitstel van betaling’ loopt uiterlijk op 1 januari 2021 af. Bedrijven hebben vervolgens tot 1 januari 2023 de tijd op de opgelopen belastingschuld terug te betalen (zie hierna meer).


Noodmaatregelen in 2021

De beschikbaarheid van noodmaatregelen wordt in 2021 een stuk soberder ten opzichte van 2020. Daar waar in 2020 €33,9 miljard aan noodmaatregelen werd uitgegeven, zal dit bedrag in 2021 op basis van de Miljoenennota slechts €10,7 miljard bedragen. Van deze €10,7 miljard wordt €6,9 miljard uitgegeven aan bedrijven & zelfstandigen, met name aan de NOW (€3,3 miljard), Tozo (€0,4 miljard), TVL (€1,4 miljard) en de financiële tegemoetkoming voor OV-bedrijven (€0,7 miljard). Dit bedrag ligt aanzienlijk lager dan het bedrag van €27,3 miljard voor bedrijven & zelfstandigen uit 2020. De Overheid wordt bovendien strenger in de toekenning van noodmaatregelen. Zo gaat het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de NOW-regeling vanaf het tweede tijdvak bijvoorbeeld omhoog van 20% naar 30%. Voorts wordt de hoogte van de steun geleidelijk afgebouwd.

Ondanks de versobering in de hoogte en de toekenning van de noodmaatregelen verwacht men in 2021 een begrotingstekort van €44,9 miljard. Dit tekort komt naast de noodmaatregelen vooral voort uit extra uitgaven m.b.t. de sociale zekerheid en arbeidsmarkt als gevolg van de oplopende werkloosheid. Begin 2020 lag de werkloosheid op een historisch laag niveau van 3% van de beroepsbevolking. De Overheid verwacht echter dat de werkloosheid in 2021 zal toenemen tot ongeveer 6% van de beroepsbevolking.  


Effect op bedrijven: impact naar verwachting merkbaar vanaf 2021

De noodmaatregelen hebben in 2020 geleid tot een opvallende reductie in het aantal faillissementen. Het CBS rapporteerde in de maanden mei, juni, juli en augustus van 2020 iedere keer een daling in het aantal faillissementen ten opzichte van de maand ervoor. In het eerste half jaar van 2020 zijn evenveel faillissementen uitgesproken als in dezelfde periode een jaar eerder. Het aantal faillissementen in de maand augustus was met 32 failliete bedrijven zelfs het laagste aantal in 21 jaar.4 Dankzij de noodmaatregelen en het ‘bijzonder uitstel van belasting’ hebben veel bedrijven in 2020 aldus het hoofd boven water kunnen houden.

Dit zou in 2021 met het versoberde beleid van de Overheid wel eens kunnen gaan veranderen. De nog toe te kennen steun is aanzienlijk lager, en een gedeelte van de reeds toegekende steun zal moeten worden terugbetaald. Denk in dat kader aan uitgestelde belastingen en verschafte leningen. De Miljoenennota voor 2021 gaat er in ieder geval van uit dat een totaalbedrag aan uitgestelde belastingen ad €10,4 miljard in 2021 betaald zal worden. De Miljoenennota geeft daarom aan dat “een verdere faillissementsgolf [niet kan] worden uitgesloten”. Dat lijkt ons – helaas – een alleszins redelijke aanname. Het is namelijk de vraag in hoeverre bedrijven de geboden ademruimte hebben gebruikt om noodzakelijke herstructureringen door te voeren.


Maatregelen

Bedrijven en ondernemers doen er onder de huidige omstandigheden goed aan om zich verder aan te passen aan de nieuwe situatie. Men dient allereerst scherp te sturen op de liquiditeit van de onderneming. Daarnaast dient men nu al de noodzakelijke analyses te maken om op tijd onderbouwde strategische keuzes te kunnen maken. Het is bijvoorbeeld van belang om de winstbijdrage van activiteiten en/of business units in kaart brengen. Waar mogelijk kan dan een rendementsverbetering doorgevoerd worden. Voor bedrijven die ingrijpendere maatregelen moeten nemen kan de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (‘WHOA’), die waarschijnlijk vanaf 1 november 2020 ingaat, mogelijk uitkomst bieden. Het is in ieder geval sterk aan te bevelen om op tijd de opties in kaart te brengen.

 

  

Voetnoten

  • 1. Wij gaan uit van het begrotingstekort inclusief de decentrale overheden.
  • 2. Wij baseren ons in deze bijdrage op de Miljoenennota 2021 en de Macro Economische Verkenning 2021.
  • 3. Wij hebben het effect van kas-& transverschillen m.b.t. de NOW buiten beschouwing gelaten. Mogelijk bedraagt dit effect in een jaar ca. €2 miljard tot €4 miljard. 
  • 4. Bron: CBS.