Prijzen en marktvolume in infra dalen snel - vermogensposities onder druk

Utrecht, november 2020

Vorig jaar, op 20 november 2019 heeft het kabinet gereageerd op de gevolgen van de stikstofuitspraak van de Raad van State voor de bouwproductie in de GWW. Uit de brief bleek dat een groot aantal projecten vertraging zou oplopen. De voorspelde gevolgen voor de infrasector waren niet gering en kwamen bovenop de gevolgen van de effecten van PFAS in de bodem. In 2020 is daar de COVID-19 pandemie bijgekomen. De sector heeft, ondanks de pandemie, wel door mogen werken en is niet direct getroffen door beperkingen. De afgelopen maanden is er veel onderhoud gepleegd.

Hoe staat het er nu voor met de sector? Op 25 en 26 november 2020 vonden de bestuurlijke overleggen over het Meerjarenprogramma, Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) plaats en op 26 november 2020 stuurde het kabinet een brief van 31 pagina’s naar de kamer waarin de voortgang, moties en toezeggingen rondom het MIRT zijn opgesomd.  

Het is niet gemakkelijk om een vergelijking te maken over de gevolgen van de stikstofuitspraak ten opzichte van de brief van 20 november 2019. Van slechts enkele projecten wordt in de meeste recente brief specifiek gemaakt wat de gevolgen van stikstof zijn voor de projecten. Toch is het belangrijk voor de sector om te weten wat de plannen van Rijkswaterstaat zijn. Rijkswaterstaat is immers één van de grootste opdrachtgevers in de sector en zij heeft voor sommige delen van de markt een zogenaamd monopsonie. 

Om beter te kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren is het interessant om verder in te zoomen op de geactualiseerde inkoopplanning van Rijkswaterstaat. De meest recente inkoopplanning is gepubliceerd op 10 november 2020. In deze planning zijn de GWW werken die door Rijkswaterstaat worden ingekocht opgesomd. Meer specifiek staat voor tientallen projecten voor de periode Q4-2020 tot en met 2026 aangegeven wanneer het einde van de marktbenadering, ofwel het inkoopproces, is voorzien. Hierin is zowel een bandbreedte in omvang, als een onzekerheid op de planning opgenomen. Dit document aansluiten op de MIRT nota van de kamerbrief van 20 november 2019 is niet helemaal mogelijk, maar toch geeft het wel veel inzicht. 

De verwachte inkoop van GWW werken van Rijkswaterstaat voor de jaren 2021 tot en met 2023 is:

2021: €1,1 miljard tot €3,3 miljard
2022: €0,95 miljard tot €2,3 miljard
2023: €0,85 miljard tot €3,9 miljard

In 2019 bedroegen de uitgaven voor aanleg, beheer en onderhoud van Rijkswaterstaat in totaal zo’n € 3,5 miljard. Het volume dat volgens Rijkswaterstaat aanbesteed gaat worden zit daar gemiddeld aanzienlijk onder, maar zou er wel boven kunnen komen in 2023. 

Zoomen we in op 2021 dan zien we iets bijzonders:

Q1: €34,5 tot €95 miljoen
Q2: €168 tot €660 miljoen
Q3: €191,5 tot€750 miljoen
Q4: €443 tot €1805 miljoen

De komende kwartalen is het volume aanbesteed werk laag en gunning van opdrachten leidt bovendien niet onmiddellijk tot productie. Per saldo zullen de infrabouwers op basis hiervan rekening moeten houden met een periode van een jaar of langer voordat het marktvolume bij Rijkswaterstaat weer aantrekt. Het is te hopen dat Gemeenten, Provincies en Waterschappen de teruggang in volume kunnen compenseren en ondanks vertraagde besluitvorming door COVID-19, PFAS en stikstof én verschuiving van budgetten naar sociale zekerheid ook blijven investeren in infrastructuur. Of dat zo is, is maar zeer de vraag. Prijsindex- en werkvoorraadcijfers geven een somber beeld:

Nu al zien we dat de prijsindex van de GWW volgens het CBS 1,7% lager is dan in januari van dit jaar en op dit moment weer gelijk is aan het cijfer van april 2019. De prijsindex voor geasfalteerde wegen en fietspaden is sinds juli 2019 zelfs met 15,4% gedaald en is nu weer gelijk aan de index van 2018. Ter vergelijking: de consumentenprijsindex is in dezelfde periode juist 2% gestegen. Volgens Cobouw is de orderportefeuille van de GWW sector in oktober zelfs gedaald van 7,3 maanden naar 5,6 maanden, ofwel een afname van 1,7 maanden werk in slechts één maand tijd. Hieruit blijkt dat de markt voor aanleg en onderhoud in de infra in zeer korte tijd zeer competitief is geworden door een afname van volume die zich vertaalt in lagere prijzen. 

Voor infrabouwers betekent dit een extra beroep op de beperking van de kosten. Het is zeker niet uit te sluiten dat er een forse aanslag op het eigen vermogen van de bouwers wordt gedaan door onvoldoende dekking van de vaste kosten. Infrabouwers die nog niet begonnen zijn met een nauwkeurige voorspelling van hun vermogensbehoefte, zijn gewaarschuwd. 

Beaufort kan u helpen met het analyseren van de mogelijkheid de kosten van de bedrijfsvoering te reduceren en een passende financiering voor de komende tijd te structureren.