Het kabinet investeert fors in de ouderenzorg. De vraag is echter of de onderliggende prestaties fundamenteel zijn verbeterd

Nieuwegein, september 2018

Mede dankzij extra gelden van de overheid zijn de prestaties van VVT-instellingen in 2017 verbeterd ten opzichte van 2016, zo blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van de jaarcijfers van 150 VVT-instellingen dat Beaufort Corporate Consulting eerder dit jaar uitvoerde onder instellingen met opbrengsten van meer dan €20 miljoen. In 2016 sloten 61 van deze 150 VVT-instellingen het jaar met een verlies af. In 2017 zijn dat er slechts 15. Het totale resultaat is in 2017 ten opzichte van 2016 gestegen van €11 miljoen negatief naar €255 miljoen positief. Hoewel veel VVT-instellingen zijn hersteld na een rumoerig jaar in 2016, is het de vraag in hoeverre dit herstel getuigt van een fundamentele verbetering in de sector. Enerzijds was 2016 voor de sector een bijzonder slecht jaar als gevolg van eenmalige hogere personeelskosten. Anderzijds lijkt de verbetering in de financiële prestaties van de zorginstellingen in 2017 met name voort te komen uit de extra €435 miljoen die de overheid in dat jaar aan de VVT-sector ter beschikking stelde.

Hoge personeelskosten

In 2016 had de sector last van een stijging in personeelslasten als gevolg van de in dat jaar geïntroduceerde CAO. Op grond van die CAO moesten VVT-instellingen hun werknemers een aanbod doen om onregelmatigheidstoeslag (ORT) over de wettelijke vakantie-uren opgebouwd tussen 2012 en 2016 te compenseren. De compensatie werd daarnaast vermeerderd met een eenmalige uitkering van 1,2%. De totale personeelslasten vielen hierdoor 3% hoger uit dan in 2015. Veel instellingen leden als gevolg van de hogere personeelslasten in 2016 verlies.

Omdat het aanbod met betrekking tot de ORT een eenmalige compensatie betrof, zou men verwachten dat de personeelslasten in 2017 weer zijn teruggekeerd naar het niveau van 2015. Dat is niet gebeurd. De hoogte van de totale personeelslasten is in 2017 nagenoeg hetzelfde als in 2016. Dat komt doordat instellingen meer en doorgaans hoger opgeleid personeel inzetten. Dat is noodzakelijk aangezien de zorgbehoefte van ouderen die in een VVT-instelling gaan wonen steeds intensiever wordt.

Uit het dal

Hoewel de personeelslasten nagenoeg ongewijzigd zijn gebleven, zijn de prestaties van VVT-instellingen in 2017 toch verbeterd ten opzichte van 2016. De verbetering komt met name voort uit extra geld dat beschikbaar is gesteld door de overheid. In 2017 werd er €435 miljoen aan VVT-instellingen ter beschikking gesteld. Daarnaast stegen de tarieven in de Wet Langdurige Zorg (Wlz). De totale bedrijfsopbrengsten van de sector stegen door de extra gelden met 2% van €13,1 miljard in 2016 tot €13,4 miljard in 2017. Tegelijkertijd namen de totale bedrijfslasten minder hard toe. De bedrijfslasten vielen in 2017 slechts 0,5% hoger uit dan in 2016. De sector lijkt hierdoor uit het dal van 2016 te zijn geklommen. Het nettorendement van de onderzochte instellingen steeg van -0,1% in 2016 naar 1,9% in 2017 en ook de gemiddelde solvabiliteit van de sector verbeterde. Deze steeg van 32% in 2016 naar 35% in 2017. Banken houden doorgaans een ondergrens aan van 20% bij het verstrekken van financieringen, mits ook aan andere criteria is voldaan. Er zijn in 2017 slechts 13 instellingen die onder deze norm presteren, terwijl dat er 17 waren in 2016.  

Investeringen

Ook aan de investeringen in de sector is te zien dat het financieel beter gaat. Gesaldeerd met eventuele desinvesteringen is er in 2017 een bedrag van €31 miljoen meer geïnvesteerd in materiële vaste activa dan in 2016, met een totale investering in 2017 ter hoogte van ongeveer €652 miljoen. Tegelijkertijd is het saldo van de langlopende schulden afgenomen. Er staat in 2017 een totaalbedrag van €4,2 miljard open, in vergelijking tot €4,3 miljard in 2016. De aflossingen zijn dus hoger dan de nieuw afgesloten leningen. Beaufort heeft de indruk dat banken kritischer zijn geworden met betrekking tot de financiering van vastgoed. De concrete business case wordt steeds belangrijker. De door VVT-instellingen verrichte investeringen zijn dan ook voor een groot deel gefinancierd door middel van de vrij besteedbare liquide middelen van de instellingen zelf. Wij vragen ons af in hoeverre VVT-instellingen daarbij een strategische visie in ogenschouw hebben genomen. Uit een eerder onderzoek dat Beaufort gezamenlijk met de Radboud Universiteit Nijmegen uitvoerde bleek dat VVT-instellingen niet altijd voldoende aandacht besteden aan het opstellen van een strategische visie waaraan tegelijkertijd een visie op het vastgoed wordt gekoppeld.i

Prinsjesdag

Ook in 2019 stelt de overheid meer geld ter beschikking voor de zorgsector. Uit de op Prinsjesdag 2018 gepresenteerde kabinetsplannen blijkt dat de begrote zorguitgaven in 2019 met een bedrag van €71 miljard 7% hoger liggen dan in 2018, toen de zorguitgaven nog op €66 miljard werden begroot. De ouderenzorg krijgt er in 2019 naar verwachting zo’n €1 miljard bij.

Fundamentele verbetering?

Hoewel de extra overheidsgelden er voor 2017 toe hebben geleid dat de financiële prestatie van VVT-instellingen is verbeterd, blijft het echter de vraag in hoeverre sprake is van een fundamentele verbetering. Omdat de overheid in het recente verleden regelmatig relatief plotseling besloot om te gaan bezuinigingen op (bepaalde) zorguitgaven, adviseren wij zorginstellingen om hun kostenniveau laag te houden zodat zoveel mogelijk ‘Den Haag-neutraal’ geopereerd kan worden. Dat is van belang om de uitdagingen en vele wijzigingen in de sector het hoofd te kunnen (blijven) bieden en de continuïteit ook op de lange termijn te waarborgen.


i Deze publicatie is verschenen onder de titel: “4.000 kilometer door het zorglandschap. Gesprekken met bestuurders over vastgoed, efficiëntie en innovatie”.