Duurzaam ondernemen in tijden van Corona

Utrecht, februari 2021

De eerste week van februari 2021 was de week van de circulaire economie in Nederland en ondanks, of misschien wel juist dankzij, de Coronacrisis was er veel belangstelling voor dit thema. De circulaire economie sluit aan bij het beeld van een mooi en schoon land waarin we niets verspillen, of zoals de Rijksoverheid het uitlegt: “In deze circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt.”

Dat is een sympathieke ambitie die nauw aansluit bij de economie van nu. Nederland kent traditiegetrouw een cultuur van afvalinzameling en hergebruik. Veel consumenten en bedrijven werken actief mee aan het verdienen aan hergebruik. Dat doen we van statiegeld tot Marktplaats en van gescheiden inzamelen tot hergebruik van asfalt en zelfs cement. Het is sympathiek en levert nu al veel op. Nederland recyclet 80 procent van het afval en hoort daarmee tot de koplopers in Europa. 

Tegelijkertijd rapporteerde het Planbureau voor de Leefomgeving begin dit jaar dat het effect van de circulaire economie in Nederland niet toegenomen is en dat aan circulaire bedrijfsactiviteiten en werkgelegenheid slechts 4% van het totaal kan worden toegeschreven. Bovendien beginnen secundaire materiaalstromen op te drogen: 80% recycling betekent dat er relatief weinig afval meer verbrand of geëxporteerd wordt. Het verder verhogen van de recyclingspercentages zal leiden tot hogere kosten van hergebruikte grondstoffen en zonder afnemers die daarvoor willen betalen zal dat er niet komen. 

Om de circulaire economie echt te doorgronden en te begrijpen hoe we wel verder kunnen komen is het daarom handig om even terug in de tijd te gaan.  

Toen één van onze partners in 2013 Ellen MacArthur ontmoette zat hij aan tafel met de vrouw die in 2005 als eerste vrouw solo de wereld rond zeilde en zelfs door Jeremy Clarkson van Top Gear met respect behandeld werd. Ze vertelde hem dat ze op zee te maken had met allerlei vormen van tegenslag en eenzaamheid was er één van, net zoals sommige mensen dat nu ervaren. Maar wat echt pijn deed was de gedachte dat de middelen die nodig zijn om te overleven als mens (en als maatschappij) eindig zijn. 

Nu, acht jaar later, denken de meeste mensen die met duurzaamheid bezig zijn bij Ellen MacArthur niet aan zeezeilen maar aan haar baanbrekende rapport over de Circulaire Economie. In 2012 publiceerde de Ellen MacArthur Foundation het rapport “Towards the Circular Economy Vol. 1: an economic and business rationale for an accelerated transition” met als samenvatting “It argues that a subset of the EU manufacturing sector could realise net materials cost savings worth up to US 630 billion per annum towards 2025—stimulating economic activity in the areas of product development, remanufacturing, and refurbishment.” 

Wat Ellen MacArthur heeft gedaan was inzichtelijk maken wat de bouwstenen zijn voor een circulaire economie. Die bouwstenen zijn bedoeld om organisaties te helpen succesvol te zijn en tegelijkertijd de wereld waarin we leven te sparen voor toekomstige generaties. De bouwstenen gaan een stuk verder dan recycling. De bouwstenen in gezamenlijkheid beschrijven de circulaire economie en geven inzicht in de stappen die genomen moeten worden. Daarmee verklaren ze ook het verschil tussen 80% recycling in Nederland en slechts 4% circulaire bedrijfsactiviteiten. De bouwstenen zijn: 

  • vaardigheden in circulair productontwerp en fabricage;
  • nieuwe bedrijfsmodellen;
  • vaardigheden om ketens te sluiten;
  • stimuleringsmaatregelen voor samenwerking, investeringen, normen en educatie.

 De economische kern van de circulaire economie zit in bouwsteen 2: nieuwe bedrijfsmodellen. Ellen MacArthur dacht daarbij aan ‘de consument als gebruiker’, ‘prestatiecontracten’ en ‘producten als dienst’. Kortom, verdienmodellen waarbij de grondstoffen eigendom blijven van de leverancier. 

Dit model blijkt een grote uitdaging en maakt ook nauwelijks deel uit van plannen en ontwikkelingen in Nederland. Zelfs DBFM contracten – Design - Build – Finance – Maintain - contracten (waarbij bijvoorbeeld het asfalt op de weg van de aannemer blijft zoals bijvoorbeeld op de A12 van Lunetten naar Veenendaal) komen nauwelijks van de grond. Vaak is dat vanwege vermeende risico’s en transactiekosten. 

Bedrijven en organisatie die in tijden van Corona willen innoveren doen er juist wel goed aan om hun innovaties te richten op nieuwe bedrijfsmodellen waarbij zij eigenaar blijven van de producten en betaald worden voor de dienst en prestaties. In zo’n model ontstaan dan andere financieringsbehoeften en betaalmodellen. Dankzij digitalisering is daar veel mogelijk en niet voor niets groeien bedrijven die daarin excelleren snel. En tijdens de Coronacrisis hebben we de waarde van digitalisering meer dan ooit gezien. 

Als consument, in tijden van Corona, hebben we onze schuren en zolders opgeruimd. Marktplaats bereikte dankzij de Coronacrisis een gemiddelde van 350.000 geplaatste advertenties per dag. Gebruik in plaats van bezit van films (zie Netflix, dat een nettoresultaat boekte dat even groot was als in de hele periode 2010-2018) brak definitief door. En zelfs het bedrijfsmodel van bibliotheken veranderde. De uitleen van e-books nam met 44% toe.

Denk bij ondernemen in de circulaire economie dus niet in termen van recycling, maar denk aan dienstverlening, ketensamenwerking, nieuwe contracten en de benodigde financiering. Het zouden weleens de elementen van de duurzaamste innovaties kunnen zijn. En in de woorden van Ellen MacArthur: “And the urgency to redesign our economic model to one that is fit for the future is becoming clearer to everyone.”