De tijdelijke voorziening betalingsuitstel COVID

Utrecht, januari 2021

Naast de WHOA, in het geval van een mogelijk faillissement, is op 16 december 2020 nog een andere (tijdelijke) wet in werking getreden.

Dit betreft de tijdelijke voorziening betalingsuitstel COVID-19, de “Tijdelijke Betalingsuitstelwet”. Hiermee hebben ondernemers een middel om bij een faillissementsverzoek dat tegen de onderneming wordt ingediend de Rechtbank te verzoeken dit faillissementsverzoek aan te houden en extra tijd te verkrijgen om acute liquiditeitsproblemen op te lossen.

Deze voorziening is in het leven geroepen voor ondernemers die als gevolg van de COVID-19 uitbraak (of de daaruit voortvloeiende beperkende maatregelen) in tijdelijke liquiditeitsproblemen zijn gekomen. Doel van de regeling is het voorkomen van vermijdbare faillissementen en verhaalsacties en het daarmee zo veel mogelijk beperken van de schade aan de economie als geheel als gevolg van de COVID-19 uitbraak.

In dit artikel volgt een korte weergave van hetgeen in deze wet is geregeld.

Wat houdt deze wet in?

Deze tijdelijke voorziening maakt het mogelijk voor een schuldenaar om als een faillissementsverzoek wordt gedaan bij de Rechtbank de Rechtbank te verzoeken:

  • De behandeling daarvan aan te houden; en/of
  • De executie (of opeising) van goederen te schorsen; en/of
  • Gelegde beslagen op te heffen.

Het verzoek ten aanzien van uitstel van executie dan wel het opheffen van beslagen kan ook worden gedaan zonder dat er sprake is van een faillissementsverzoek aan de Rechtbank door de schuldeiser. Hierbij moet wel aannemelijk worden gemaakt dat de goederen die worden opgeëist of waar beslag op wordt gelegd wel van belang zijn om de onderneming in haar huidige vorm voort te zetten.

Met deze wet kan een tijdelijk betalingsuitstel aan de schuldenaar worden verleend tegenover één of meerdere schuldeisers. Dit uitstel wordt verleend voor een periode van 2 maanden en deze termijn kan vervolgens op verzoek tot tweemaal met twee maanden worden verlengd. Het maximale uitstel bedraagt hierdoor 6 maanden. Het verzoek moet worden ingediend voordat de faillissementsaanvraag in behandeling wordt genomen. Dit betalingsuitstel kan nadrukkelijk ook worden uitgesproken tegen buitenlandse schuldeisers.

Belangrijk te beseffen is dat:

  • hier alleen sprake van is in het geval van een uitstel richting de aanvragende schuldeisers en niet van een algeheel moratorium voor de schuldenaar. De uitspraak wordt in tegenstelling tot bijvoorbeeld een surseance niet algeheel bekend gemaakt. Overigens kan de rechtbank er ook voor kiezen het uitstel niet te honoreren maar de schuldenaar wel in staat stellen om surseance van betaling aan te vragen, waardoor er alsnog een uitstel wordt gerealiseerd.
  • Belangrijke uitzondering is dat deze tijdelijke voorziening niet van toepassing is op de Belastingdienst, deze kan nog steeds een faillissement aanvragen en overgaan tot verhaal.

Inhoud verzoek

In het verzoek aan de Rechtbank zal de schuldenaar aannemelijk moeten maken dat:

  • De onderneming niet zoals gebruikelijk kan worden voortgezet; Dit is uitsluitend of hoofdzakelijk het gevolg van de uitbraak van het COVID-19 virus (en/of de daaruit resulterende beperkende maatregelen);
  • De schuldenaar hierdoor tijdelijk in een insolvente situatie is geraakt.

Hierbij moet worden aangetoond dat de schuldenaar voor de uitbraak beschikte over voldoende liquide middelen om opeisbare schulden te voldoen en er minimaal sprake is van een omzetverlies van 20% ten opzichte van de gemiddelde omzet in de drie voorgaande maanden.

Wat moet de rechtbank vervolgens afwegen

Vervolgens wordt door de rechtbank summierlijk getoetst of:

  • Aan de vereisten is voldaan;
  • Of na de gestelde termijn het vooruitzicht bestaat dat de schulden wel kunnen worden voldaan. Hierbij hoeven overigens niet alle schulden direct na de termijn te worden voldaan. De verwachting dat een betalingsregeling op dat moment kan worden getroffen is voldoende;
  • De schuldeiser door dit uitstel niet wezenlijk en onredelijk in zijn belangen wordt geschaad. Bij dit argument weegt de Rechtbank of de schuldenaar wel voldoende gebruik heeft gemaakt van alle steunmaatregelen die beschikbaar zijn gesteld aan de schuldenaar. Daarnaast geldt dit uitstel niet voor nieuwe verplichtingen die mogelijk ontstaan in de uitstel periode. De aanvrager (schuldeiser) mag ook niet de bestaande overeenkomst (waarvoor uitstel wordt aangevraagd) wijzigen, opschorten of beëindigen in de uitstelperiode. Omdat dit eveneens zou kunnen resulteren in een beëindiging van de onderneming waarvoor juist uitstel wordt gerealiseerd.

Hier tegenover staat dat de aanvrager ook enige vorm van bescherming wordt geboden doordat:

  • De Rechtbank de aanvrager verplicht in staat moet stellen om zijn zienswijze te geven, voordat de Rechtbank een beslissing neemt;
  • De Rechtbank het mogelijke domino-effect moeten wegen. Indien een tijdelijk betalingsuitstel wordt toegestaan moet het wel zo zijn dat als gevolg van dit betalingsuitstel de schuldeiser zelf weer niet failliet gaat.
  • De Rechtbank mag nadere bepalingen maken om de belangen van de aanvrager te beschermen. Hierbij kan worden gedacht aan een informatieplicht van de schuldenaar aan de schuldeiser over de liquiditeitsontwikkeling in de uitstelperiode.
  • Als de schuldenaar vervolgens bewust de schuldeiser (probeert) te benadelen dan kan de Rechtbank het uitstel beëindigen.
  • Als de vereisten voor toewijzing niet meer van toepassing zijn, moet de Rechtbank het uitstel opheffen.
  • De schuldenaar moet de Rechtbank en de schuldeiser informeren over mogelijke beslagen en verhaalsacties van latere schuldeisers; een meldingsplicht. Dit om te voorkomen dat de schuldeiser achter wordt gesteld tegenover andere schuldeisers in het geval van bijvoorbeeld een executie.
  • Het betalingsuitstel mag er niet in resulteren dat de aanvrager als het ware achteraan moet aansluiten. Dit impliceert dat de schuldenaar overige schuldeisers op eenzelfde wijze behandelt als de aanvragende schuldeisers. Wanneer de schuldenaar toch failliet gaat en er blijkt dat dit in de aanloop tot dit faillissement niet het geval is geweest kan de curator deze transacties alsnog vernietigen op grond van paulianeus handelen en vervolgens de bestuurders aansprakelijk stellen.

De huidige tijdelijke wet loopt tot 1 februari 2021 en zal per koninklijk besluit worden verlengd voor periodes van twee maanden.

 

Bronvermelding:

Artikel: Het wetsvoorstel Tijdelijke voorziening betalingsuitstel COVID-19: een overzicht van mr. D. Beunk en mr. W.P.IJ. Overgoor van Florent zoals gepubliceerd in het Tijdschrift voor Curatoren.

Internet: www.vandoorne.com -> presentatie tijdelijke voorziening betalingsuitstel COVID-19 van Mr. J. Volkers.