De financiële prestatie van VVT-instellingen stabiliseert licht in 2018, maar is kwetsbaar als gevolg van de personeelstekorten in de sector

Nieuwegein, oktober 2019

De prestaties van VVT-instellingen zijn in 2018 relatief stabiel gebleven ten opzichte van de prestaties in 2017, maar blijven kwetsbaar, zo blijkt uit het jaarlijks onderzoek van de jaarcijfers van VVT-instellingen dat Beaufort Corporate Consulting onlangs uitvoerde onder 142 instellingen met opbrengsten van meer dan €20m (miljoen). Van deze 142 instellingen sloten 12 instellingen 2017 af met een verlies. In 2018 is dat aantal met 4 gestegen tot 16 instellingen. Desondanks steeg het totale resultaat van de 142 instellingen met 16% van €249m in 2017 naar €289m in 2018. Door hogere personeelslasten als gevolg van de personeelstekorten in de sector blijft het bedrijfsresultaat in 2018 t.o.v. 2017 relatief stabiel. De stijging in het nettoresultaat in de sector lijkt dan ook vooral een gevolg van een daling van de financieringslasten. Deze vertoonden een daling van bijna 9% in 2018 ten opzichte van 2017. De sector kan in de aankomende jaren opnieuw rekenen op extra gelden van de overheid, maar zal gelet op de personeelstekorten alsnog scherp op haar kosten moeten sturen.

Personeelskrapte leidt tot inhuur van externen 

Zowel de totale opbrengsten als ook de totale bedrijfslasten zijn licht toegenomen in 2018 ten opzichte van 2017. Beide komen bijna 4% hoger uit. Het bedrijfsresultaat blijft dan ook nagenoeg op een constant niveau en komt in 2018 ad €442m licht hoger uit dan het in 2017 behaalde bedrijfsresultaat ad €418m. Ondanks de door de overheid beschikbaar gestelde extra gelden zijn de bedrijfsresultaten van de VVT-instellingen aldus niet aanzienlijk toegenomen. Dat komt met name door de personeelskrapte in de sector. Zorginstellingen die de extra gelden willen gebruiken om meer zorgpersoneel in te zetten, zijn door het tekort aan zorgprofessionals veelal gedwongen om dit personeel extern in te huren. Dit externe personeel, ook wel Personeel Niet In Loondienst, of ‘PNIL’, genoemd, is vaak duurder dan Personeel In Loondienst (‘PIL’). De kosten met betrekking tot het PIL namen toe van €8,4mld in 2017 naar €8,7mld in 2018. Een toename van circa 3,4%. De CAO-loonstijging van 4% per oktober 2018 heeft hier mede aan bijgedragen. De kosten met betrekking tot het externe personeel, het PNIL, stegen bovendien met ruim 21% van €530m in 2017 naar €644m in 2018. Daar waar de kosten m.b.t. PIL als percentage van de omzet in 2017 67% bedroeg en de kosten m.b.t. PNIL 3%, is het percentage PIL-kosten in 2018 gedaald tot 66% t.o.v. de bedrijfsopbrengsten en is het percentage PNIL-kosten gestegen naar 4,8% ten opzichte van de bedrijfsopbrengsten. Er is dus als gevolg van de personeelskrapte een lichte verschuiving in de PNIL/PIL verhouding zichtbaar in 2018 ten opzichte van 2017. Dat is ons inziens, hoewel vrijwel onvermijdelijk, onwenselijk voor de VVT-instellingen aangezien dit externe personeel doorgaans duurder is dan het eigen personeel. Het omgaan met het tekort aan zorgpersoneel is een van de belangrijkste uitdagingen voor de sector op dit moment.

Lagere rentelasten 

Ondanks het relatief constante bedrijfsresultaat, is het nettoresultaat van de sector toegenomen. Dat komt met name voort uit lagere rentelasten, welke met 8,7% daalden van ruim €172m in 2017 tot €157m in 2018. Dat wordt vooral verklaard door een afname in het saldo van de langlopende schulden, welke afnam met 3,4% van circa €4,1mld in 2017 naar €3,9mld in 2018. De lage rentestand van de afgelopen jaren leidt er dus niet toe dat instellingen meer lenen. Als gevolg van de stabilisatie in de financiële prestaties die zich in 2017 al vertoonde en die in 2018 verder materialiseert, zijn VVT-instellingen in staat de langlopende leningen (soms versneld) af te lossen. Voorts lukt het de sector om investeringen uit eigen middelen te financieren. In 2018 investeerden de 142 instellingen €740m in materiële vaste activa ten opzichte van €692m een jaar eerder, terwijl het saldo liquide middelen van de 142 organisaties per jaareinde steeg van €2mld in 2017 naar €2,2mld in 2018. De liquiditeit van de instellingen is dus verder verbeterd in het afgelopen jaar. Overigens zien wij hier wel grote verschillen tussen de instellingen onderling.

Prinsjesdag 

De ingezette stabilisatie van de financiële prestaties van de VVT-sector wordt de komende jaren verder ondersteund door extra geld van de overheid. Op de derde dinsdag van september in 2019 heeft de overheid bekendgemaakt dat er in 2020 ruim €500m extra wordt geïnvesteerd in de ouderenzorg, en dan met name in het zogeheten ‘kwaliteitskader verpleeghuiszorg’.

Conclusie

De in 2017 ingezette stabilisatie van de financiële prestatie van VVT-instellingen heeft zich mede dankzij extra overheidsgelden verder doorgezet in 2018. Door stijgende opbrengsten hebben zij meer ademruimte gekregen en kunnen zij hun langlopende leningen aflossen, waardoor hun rentelasten afnemen. In de komende jaren kan de sector opnieuw rekenen op extra gelden van de overheid, waarmee zij hun financiële positie mogelijk verder kunnen versterken. Tegelijkertijd is de sector kwetsbaar als gevolg van de vergrijzing in Nederland en de aanhoudende personeelstekorten. VVT-instellingen zullen aldus scherp op hun kosten moeten sturen om ook op de lange termijn gezond te blijven. Bovendien is een gezond en actief personeelsbeleid essentieel.